Stranger Than Paradise
Regisseur Jim Jarmusch had al indruk gemaakt met zijn afstudeerfilm Permanent Vacation (1980) toen Stranger Than Paradise uitkwam, officieel zijn debuutfilm. De film verbeeldde niet alleen op meesterlijke wijze het sombere levensgevoel van de jaren 80, deze gaf ook een heel nieuwe richting aan de Amerikaanse onafhankelijke film. Het plot is minimaal, de steevast in fade-to-black eindigende scènes zijn statisch, het droogkomische, in drie delen vertelde verhaal is doordrenkt met melancholie. In essentie is het een in zwart-wit geschoten portret van eenzaamheid en stedelijke verveling. Met jazzmuzikant John Lurie, Sonic Youth-drummer Richard Edson en de Hongaarse actrice/violiste Eszter Balint in de hoofdrollen.
De in New York wonende Willie (Lurie) krijgt bezoek van zijn jongere nicht Eva (Balint) uit Hongarije. Na tien dagen vertrekt ze naar Cleveland om een tante van Willie op te zoeken. Niet lang daarna besluit Willie om haar, samen met vriend Eddie (Edson), in daar te gaan opzoeken. Uiteindelijk gaan ze met zijn drieën naar Florida, waar Willie en Eddie al hun geld kwijtraken.